Vandaag, op 8 september 2026, was er een rechtszaak van Kolna Falasteen over hun demonstratierecht in de rechtbank Amsterdam. De zitting ging over beperkingen die de burgemeester van Amsterdam had opgelegd aan demonstraties van Kolna Falasteen. Zo moesten de demonstranten verplicht demonstreren op het Beursplein en was er een geluidsbeperking van een maximaal aantal decibel opgelegd. Kolna Falasteen wordt bijgestaan door advocaten van Stichting PILP.
Wat ging eraan vooraf?
Kolna Falasteen is een, door Nederlandse Palestijnen uit Gaza geleide, grassrootbeweging. Deze beweging komt op en vraagt aandacht voor de Palestijnse zaak. Hiertoe organiseren cliënten onder andere avonddemonstraties en protestmarsen.
Op 1 augustus 2024 nam de burgemeester van Amsterdam een besluit waarin het cliënten werd verboden om op de Dam te demonstreren. In plaats daarvan mochten de demonstraties alleen statisch plaatsvinden op het Beursplein. Kolna Falasteen wilde om allerlei redenen niet op het Beursplein staan en dat ze op geen enkele andere plek in de stad mochten demonstreren vonden ze zeer beperkend. Ook mochten de demonstranten maximaal 10 minuten per uur muziek laten horen en mochten niet-natuurlijke geluidsbronnen, zoals megafoons, geen geluid harder dan 100 decibel produceren.
Nadat PILP namens cliënt tegen dit besluit bezwaar aantekende, trok de burgemeester het muziekvoorschrift in. Cliënten draaiden tijdens de demonstraties namelijk uitsluitend Palestijnse muziek. Een beperking hiervan levert een inmenging met de inhoud van de demonstratie op, wat volgens het (inter)nationale recht is verboden. De burgemeester liet echter het locatiegebod en de beperking van het geluidsvolume in stand. Tijdens de zitting stond de rechtmatigheid van deze beperkingen ter discussie.
De beperkingen gaan in tegen de demonstratievrijheid
Burgemeesters mogen beperkingen opleggen aan een protest, maar alleen als die gebaseerd zijn op de wet en in lijn zijn met de mensenrechten. De beperkingen moeten noodzakelijk en proportioneel zijn.
Volgens cliënten zijn de opgelegde beperkingen dat niet. Daarbij geldt dat een uitgangspunt van het demonstratierecht is dat enige mate van hinder en overlast door een protest geduld moet worden. Een ander uitgangspunt is dat de wensen van demonstranten leidend moeten zijn. Volgens Kolna Falasteen strookt dit niet met het opleggen van een verplichte locatie om te demonstreren.
De uitspraak wordt over zes weken verwacht.


