De Partij voor de Dieren wilde in de Grote Markstraat in Den Haag demonstreren tegen het gebruik van kangoeroeleer in sportartikelen. De demonstratie werd beperkt tot maximaal tien personen, omdat het demonstratiebeleid van Den Haag dit aantal als uitgangspunt hanteert in het winkelgebied. De Partij voor de Dieren vindt deze beperking niet in lijn met het demonstratierecht.
Op 23 september 2024 wilde de Partij voor de Dieren met twintig personen demonstreren tegen het gebruik van kangoeroeleer in sportartikelen. De demonstratie vond plaats tussen de winkels Decathlon en Intersport op de Grote Marktstraat in Den Haag. De Partij voor de Dieren had een statisch protest met twintig personen voor ogen, om aandacht vragen voor misstanden bij de kangoeroejacht, mensen te informeren over het gebruik van kangoeroeleer en om handtekeningen verzamelen voor een petitie. Omdat de locatie van de demonstratie in het kernwinkelgebied ligt, besloot de burgemeester de demonstratie te beperken tot maximaal tien personen. In het demonstratiebeleid van Den Haag staat voor demonstraties in het kernwinkelgebied namelijk een maximum van tien personen opgenomen.
Bezwaar en adviescommissie
Op 30 oktober 2024 heeft PILP namens de Partij voor de Dieren bezwaar gemaakt tegen de beperking van de demonstratie tot tien personen. Volgens de Partij voor de Dieren was de beperking niet noodzakelijk en niet proportioneel. Bovendien lijkt de beperking standaard te worden opgelegd, terwijl de wet bij iedere demonstratie een individuele afweging vereist. De adviescommissie bezwaarschriften gaf de Partij voor de Dieren hierin gelijk. Volgens de Adviescommissie verhoudt een absolute toepassing van het demonstratiebeleid zich niet met het demonstratierecht, en moet er “altijd ruimte te zijn om in individuele gevallen, o.a. op deze locatie, meer demonstranten toe te staan.” De burgemeester van Den Haag heeft het advies echter naast zich neergelegd, en het bezwaar ongegrond verklaard.
Beroep bij de rechtbank
Op 28 mei 2025 heeft PILP namens de Partij voor de Dieren beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. In beroep gaat het om de vraag de manier waarop het demonstratiebeleid in Den Haag wordt toegepast juridisch wel door de beugel kan. Het demonstratierecht vereist een individuele toetsing, waarbij de wensen van demonstranten leidend zijn. De burgemeester stelt echter dat er is wel degelijk een individuele toetsing heeft plaatsgevonden, omdat er is gekeken of er niet mínder dan tien personen aanwezig konden zijn bij het protest. Volgens de Partij voor de Dieren handelt de burgemeester met deze werkwijze in strijd met het demonstratierecht.


