Gisteren, op 17 september 2026, stonden wij de Amsterdam Palestina Coalitie bij tijdens een spoedzaak bij de rechtbank Amsterdam. Deze zaak ging over de locatiebeperking die de burgemeester van Amsterdam had opgelegd aan de tegendemonstratie van Amsterdam Palestina Coalitie. Daarin stond dat de demonstraten niet op de Dam mochten demonstreren, maar op de Oude Turfmarkt. In een voorlopige voorziening verzocht de Amsterdam Palestina Coalitie de Rechtbank om de beperking te schrappen, zodat zij alsnog op De Dam gebruik konden maken van hun demonstratierecht.
Wat was de vraag?
De Amsterdam Palestina Coalitie had voor donderdagavond 17 september een vreedzame tegendemonstratie aangekondigd op de Dam, als reactie op een pro-Israëldemonstratie die daar dezelfde avond zou plaatsvinden. De burgemeester van Amsterdam besloot daarop dat de Amsterdam Palestina Coalitie niet op de Dam mocht demonstreren. Cliënten moesten uitwijken naar de Oude Turfmarkt, een locatie buiten het zicht en gehoor van de Dam. Daarop schakelde de Amsterdam Palestina Coalitie PILP in. Namens cliënten verzochten wij de rechter om de locatiebeperking in een spoedvoorziening te schorsen, zodat de Amsterdam Palestina Coalitie toch binnen zicht- en gehoorsafstand van de Dam zou kunnen demonstreren.
Burgemeesters mogen beperkingen opleggen aan een protest, maar alleen als die gebaseerd zijn op de wet en in lijn zijn met de mensenrechten. De beperkingen moeten noodzakelijk en proportioneel zijn. Volgens cliënten voldeed de locatiebeperking niet aan deze eisen. Het uitgangspunt is dat de wensen van demonstranten leidend moeten zijn. Bovendien moet ook bij een tegendemonstratie worden gekozen voor een locatie waar het doelpubliek de demonstratie kan horen en zien. De Oude Turfmarkt is niet zo’n locatie. De keuze voor de Oude Turfmarkt is daarom een vergaande beperking van het demonstratierecht. Alleen bij dreigende onbeheersbare situaties mag daarvoor worden gekozen. Van zo’n situatie was gisteren volgens de Amsterdam Palestina Coalitie geen sprake.
Wat is een voorlopige voorziening?
Een voorlopige voorziening is een soort bestuursrechtelijk spoedzaak. Dat betekent dat de rechter op zeer korte termijn moet beslissen. Er is in zo’n spoedzaak geen tijd en geen ruimte voor diepgravend onderzoek naar alle feiten. De rechter geeft daarom een voorlopig oordeel. Dat is geen definitief eindoordeel over de zaak, maar een inschatting op basis van wat er op dat moment redelijkerwijs kon worden vastgesteld.
Wat heeft de rechter beslist?
Het verzoek is afgewezen. De rechter oordeelt dat de burgemeester de vrees voor wanordelijkheden als beide demonstraties te dicht bij elkaar zouden plaatsvinden voldoende heeft onderbouwd. Volgens de rechter mocht de burgemeester uitgaan van de bestuurlijke rapportage van de politie, waarin eerdere incidenten en signalen rond de demonstraties van die avond zijn beschreven. Daarbij mocht de burgemeester ook de veiligheid van de demonstranten van beide demonstraties en van ander publiek op en rond de Dam, en het feit dat de Dam een plek is die moeilijker te beheersen is dan de Oude Turfmarkt, meenemen van de rechter. Daarom is het voorlopig oordeel van de rechtbank dat de burgemeester mocht beslissen dat de demonstratie niet op de Dam, maar op de Oude Turfmarkt mocht plaatsvinden.
Meer weten?
Het nieuwsbericht van de rechtbank is hier te lezen. De door ons ingediende stukken zijn hier te downloaden.


