De heer Bamenga vloog in 2018 terug vanuit Italië, waar hij net een vrijheidslezing had gehouden, naar Eindhoven. Op het vliegveld werd hij door de Koninklijke Marechausee (KMar) geselecteerd voor een controle. Hij kreeg geen duidelijk antwoord over de reden voor de controle. Hij zag wel dat de andere passagiers die eruit gepikt werden ook een donkere huidskleur hadden.
De heer Bamenga vond dat hier sprake was van etnisch profileren. Hij plaatste een bericht daarover op social media. Ook startte hij met behulp van PILP een klachtenprocedure tegen de KMar.
Op 5 februari 2019 heeft de Commandant van de KMar beslist dat de klacht in zoverre gegrond was, omdat de ‘schijn van etnisch profileren’ niet was vermeden. De heer Bamenga was het niet eens met dit besluit en de motivering. Uit de klachtenprocedure was voor hem juist duidelijk naar voren gekomen dat zijn vermoeden juist was en dat hij etnisch geprofileerd was. Hij werd namelijk geselecteerd voor een controle vanwege zijn huidskleur. De heer Bamenga voldeed volgens de KMar aan het risicoprofiel ‘goed gekleed, snellopend en een niet-Nederlands uiterlijk’, wat was opgesteld met betrekking tot Nigeriaanse geldsmokkelaars.
Daarop heeft de heer Bamenga op 11 juni 2018 een klacht ingediend over etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee (KMar) bij de Nationale ombudsman. Die klacht zag naast het etnisch profileren ook op de klachtbehandeling door de KMar en op het buiten de bevoegdheid treden bij de controle door de KMar. De heer Bamenga werd namelijk gecontroleerd vanwege een risicoprofiel dat zag op een internationaal misdrijf (geldsmokkel) terwijl hij werd gecontroleerd in het kader van het MTV, wat een vreemdelingrechtelijke grondslag kent.
De heer Bamenga heeft tegelijkertijd een civiele procedure gestart tegen de KMar over etnisch profileren. Hij deed dit samen met Amnesty International Nederland, Controle Alt Delete, Antidiscriminatiebureau RADAR, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en een andere ‘niet-witte’ burgers die herhaaldelijk etnisch geprofileerd is door de Koninklijke Marechaussee. Op 14 februari 2023 deed het Gerechtshof uitspraak: De KMar moest direct stoppen met etnisch profileren
De Nationale ombudsman oordeelt dat KMar in 2018 de heer Bamenga etnisch heeft geprofileerd. De klacht die de heer Bamenga hierover, ondersteund door PILP, heeft ingediend is volgens de ombudsman en de Minister van Defensie gegrond, omdat een ‘niet- Nederlands uiterlijk’ feitelijk als één van de criteria was gebruikt voor de selectie. Volgens de ombudsman is dit een schending van het vereiste van respecteren van mensenrechten. Ook biedt de minister excuses aan voor het in verband brengen van huidskleur met Nederlanderschap. De ombudsman vindt dat positief, maar had het beter gevonden als de KMar eerder excuses had aangeboden aan de heer Bamenga.
De Nationale ombudsman heeft ook de klachtbehandeling door de KMar onderzocht. De heer Bamenga en zijn advocaat hadden de klachtbehandeling als ontmoedigend en soms zelfs intimiderend ervaren. De ombudsman geeft aan daarover niet te kunnen oordelen, omdat de verklaringen van enerzijds de heer Bamenga en anderzijds de KMar teveel uiteenlopen. Wel geeft de ombudsman aan dat een overheidsorganisatie moet voorkomen dat de indruk wordt gewekt dat de organisatie aanstuurt op het intrekken van de klacht.
Merel Hendrickx, advocaat bij PILP, zegt daarover: “Het is ontzettend lastig om als gewone burger te bewijzen dat een overheidsorgaan zich onbehoorlijk heeft gedragen. Zelfs een bevestiging van een advocaat is kennelijk onvoldoende. Je ontkomt er daarom niet aan om voor de zekerheid gesprekken op te nemen. Dat is pijnlijk.”
Ook vindt de ombudsman het niet behoorlijk dat de KMar in de beslissing op de klacht aangeeft dat het bericht van de heer Bamenga op social media over het etnisch profileren een ‘disproportionele reactie’ was. Volgens de KMar was dit nodig om recht te doen aan de eigen KMar medewerkers, omdat het bericht impact op hen had gehad. De ombudsman oordeelt dat een overheidsorganisatie zo’n bericht moet kunnen incasseren en zich hier in de klachtenprocedure niet over moet uitlaten.
Tot slot oordeelt de ombudsman dat de KMar niet transparant is geweest richting de heer Bamenga over de werkwijze bij het controleren. De ombudsman stelt vast dat het doel van de heer Bamenga’s vreemdelingenrechtelijke MTV-controle niet enkel het ‘bestrijden van illegaal verblijf’ was. Uit het klachtdossier blijkt duidelijk dat de reden om de heer Bamenga te controleren (ook) te maken had met politie-informatie over internationale criminaliteit. Op basis daarvan was een risicoprofiel opgesteld waar de heer Bamenga aan voldeed. Er was dus sprake van vervlechting van taken: de controlebevoegdheid die de KMar heeft op basis van haar vreemdelingrechtelijke taak werd (mede) ingezet voor een andere taak die de KMar op Eindhoven Airport ook heeft, namelijk de politietaak. Hoewel de ombudsman niet beoordeelt of deze vervlechting juridisch is toegestaan, constateert hij wel dat dit ertoe heeft geleid dat het voor de heer Bamenga onduidelijk was waarom hij werd gecontroleerd. De KMar medewerkers legden hem dit niet goed uit. De KMar heeft daarom onvoldoende transparant gehandeld bij zijn controle.


