Vandaag zijn twee klimaatactivisten uit Heerlen een zaak gestart tegen Nederland bij het VN Mensenrechtencomité. De zaak gaat over beperkingen die de gemeente Heerlen in maart 2021 oplegde aan een vreedzame demonstratie tegen de klimaatcrisis. Nadat de Nederlandse rechter een aantal belangrijke beperkingen in stand hield, stappen de organisatoren van de demonstratie nu naar het internationale rechtssysteem.
Wat gebeurde er in Heerlen?
In heel Nederland werden er op 14 maart 2021 lokale klimaatprotesten georganiseerd, waaronder in Heerlen. De organisatoren van Klimaatcoalitie Parkstad werden daar geconfronteerd met een reeks van maar liefst 28 ingrijpende beperkingen vanuit de overheid. De burgemeester van Heerlen verbood onder meer muziek en optredens, omdat dit het protest “het karakter van een evenement zou geven”. Daarnaast moesten de namen van alle sprekers vooraf worden gemeld, en werden de organisatoren persoonlijk aansprakelijk gesteld voor opruimwerkzaamheden en eventuele schade.
Raad van State: beperkingen gerechtvaardigd
Na een lange juridische procedure oordeelde de Raad van State in september 2025 uiteindelijk onder andere dat het verbod op muziek gerechtvaardigd was, mede vanwege de Covid-19-pandemie. Ook werd de verplichting om sprekersnamen vooraf door te geven niet als inbreuk op de demonstratievrijheid gezien. Klimaatcoalitie Parkstad werd niet-ontvankelijk verklaard voor haar klacht over de opruim- en schoonmaakverplichtingen.
De organisatoren zien het oordeel van de Raad van State als een ernstige inperking van hun demonstratierecht. “Deze beperkingen raken de kern van wat een demonstratie maakt: de vrijheid om ons uit te spreken en anderen te inspireren,” aldus één van de organisatoren. “Met deze stap naar het VN Mensenrechtencomité willen we voorkomen dat dit soort beperkingen in de toekomst normaal worden.”
Advocaat van de organisatoren, Rosa Beets van Stichting PILP: ‘De Raad van State heeft het demonstratierecht volstrekt onjuist toegepast. Dat is slecht voor de zaak in Heerlen, maar ook voor toekomstige zaken over het demonstratierecht. We vragen het VN Comité dan ook om Nederland op te dragen soortgelijke schendingen in de toekomst te voorkomen.’
Zaak bij VN Mensenrechtencomité
In de zaak wordt uitgewerkt waarom de beperkingen in strijd zijn met artikel 19 (vrijheid van meningsuiting) en artikel 21 (vrijheid van vergadering) van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
Je kunt de bij het VN Mensenrechtencomité ingediende klacht hier lezen.


