Universiteiten en hogescholen zijn altijd een plek geweest waar kritische stemmen opgaan en het maatschappelijk debat leeft. Onderwijsinstellingen zijn vanzelfsprekend ook plekken waar mensen gebruikmaken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en het daaraan verbonden recht op protest. De afgelopen jaren is dit opnieuw zichtbaar, doordat steeds meer mensen bij deze instellingen gebruikmaken van hun demonstratierecht. De instellingen hebben het daar soms moeilijk mee en nemen geregeld (voorzorgs)maatregelen om de orde op de campus te bewaren.
Eén van de maatregelen die een onderwijsinstelling op grond van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (“WHW”) kan nemen, is het tijdelijk of definitief schorsen van een student, waarbij een student de toegang ontzegd wordt tot de onderwijsinstelling. Stichting PILP (“PILP”) krijgt regelmatig vragen over het schorsen van studenten als gevolg van het gebruik maken van hun recht op protest. Ook heeft PILP verschillende studenten bijgestaan die te maken kregen met een schorsingsmaatregel. Omdat deze maatregel voor een student verregaande gevolgen kan hebben, ziet PILP aanleiding om te onderzoeken wanneer en in hoeverre een onderwijsinstelling bevoegd is om een dergelijke maatregel op te leggen. Behalve de gevolgen voor individuele studenten, is het ook in het kader van het algemene belang van het beschermen van het demonstratierecht goed om te onderzoeken waar de grenzen op campus liggen.